Een beetje geschiedenis…

Het Provincie domein Bergelen te Gullegem is gegroeid rond een kunstmatig aangelegde zandwinningsput van 10 ha.  Het zand werd gebruikt voor de aanleg van de autoweg E 403 (A17) begin de jaren zeventig.

De gemeente kocht deze put met omliggende gronden aan in de periode 1989-1995.  Verschillende plant acties en tal van beheers werken (her profileren oever, aanleg plasberm, bouwen observatie hut en -wanden, aanleg wandelpaden, aanleg vleermuis kelder, graven poeltjes,...) werden uitgevoerd door het gemeentebestuur en de provincie West-Vlaanderen in samenwerking met Natuurpunt. Ondertussen is het gebied geëvolueerd tot een vijver met een mooie rietkraag. Dit soort biotoop is vrij zeldzaam in West-Vlaanderen. De natuur verrast ons dan ook af en toe met mooie waarnemingen.In 1996 werd de hoeve en de 29 ha landbouwgrond eromheen aangekocht door de provincie en werden grote delen van het nieuw aangekochte gebied bebost. In 1999 sloot de provincie een erfpacht af met de gemeente voor het beheer van de Bergelenput en omgeving.  Zo ontstond het provincie domein Bergelen waarvan de oppervlakte momenteel 47 ha bedraagt.

De Heulebeek en de Bulskamphoeve

Langs en door het domein loopt de Heulebeek, die daar nog een grotendeels natuurlijke loop heeft. De Heulebeek ontspringt in de omgeving van de groene as “Stroroute”, bij de Tyne Cothoek tussen Zonnebeke en Passendale en mondt een 20-tal km verder uit in de Leie, stroomafwaarts van Kortrijk te Kuurne. De Heulebeek heeft een nog grotendeels natuurlijke loop, recht trekkingen en oever versterkingen zijn er schaars. In het domein staat ook de Bulskamphoeve, die een eerste maal te Gullegem vermeld werd in 1549.  Het is een historische hoeve waarvan de gebouwen in hoefijzer vorm binnen de omwalling staan. De boerderijen werden hier meestal gebouwd op de overgang van de hogere akkers naar de lagere weiden en meersen rond de Heulebeek. De hoeve werd verschillende malen door oorlogsgeweld vernield en, daarna her opgebouwd of verbouwd.  De huidige bebouwing zou van 1775 dateren. De hoeve is in gebruik door de Provincie. In die omgeving staat eveneens een beschermd monument, namelijk de Meiboom.  Dit is een geheel van 6 lindebomen met in het midden een groot ijzeren kruis. De site zou reeds in 1705-1771 weergegeven zijn op een figuratieve kaart in een land boek. Het kruis dateert uit de 19e eeuw.

De naam “Meiboom” is een oude benaming en de sacraliteit van deze plaats klimt op tot in de Middeleeuwen

Er zijn natuur wandelingen mogelijk op aanvraag .

Contact: Steven Banckaert, 056/490496  ,stevenbanckaert@natuurpuntwevelgem-menen.be

 

Voor natuur liefhebbers, wandelaars, fietsers, ruiters, hengelaars...

Het provincie domein Bergelen biedt een gevarieerd landschap waar diverse gebruikers aan hun trekken komen.  Alle wegen zijn toegankelijk voor wandelaars.  Voor anders valide mensen werd een speciale verbindingsweg aangelegd tussen de Bergelenput en de domein hoeve cafetaria.  Het fietsroute netwerk heeft een doorsteek door Bergelen en de Zilveren Spoor ruiterpad route doorkruist eveneens het domein.  Een deel van de vijver is voor hengelaars gereserveerd (visvergunning Vlaams gewest vereist) en de vogel spotters vinden er een observatie hut en twee wanden.  Een bos gedeelte tegen de Provincie Hoeve is als speel bos aangeduid.

Enkele bewoners van het provincie domein Bergelen

Jacobskruiskruid en St.Jansvlinder.

Jacobskruiskruid en wilde peen zijn twee zomer bloeiers, de ene geel, de andere wit. Jacobskruiskruid behoort tot de grote familie van de composieten of samengesteldbloemige, de wilde peen tot die van de schermbloemige De St-Jacobsvlinder kan niet zonder jacobskruiskruid. Deze rood en wit gekleurde vlinder zet zijn eieren in spiegels, groepen van een tiental tot honderden eitjes, op de onderkant van de bladeren af. Dit gebeurt niet zomaar; het ei leggende vrouwtje houdt rekening met de groei en het suikergehalte van de plant om het aantal eitjes te bepalen. Eenmaal uitgekomen, moeten alle rupsen van zo’n spiegel immers aan hun trekken komen. De kleine rupsen zijn eerst geel, maar later geel-zwart gestreept; ze gaan door het leven als zebra rupsen. Door te vreten van het giftige  jacobskruiskruid worden ze zelf giftig voor allerhande belagers. Hun streepjescode geldt als waarschuwing “ik ben niet te eten”.

De wilde peen is de belangrijkste waard plant voor de rups van de koninginnenpage, een van onze grootste en mooiste dagvlinders.

Vogels van het provincie domein Bergelen: in 2010 werden 77 soorten waargenomen op het domein (bron: www.waarnemingen.be) klik op de benaming voor meer info:

1 Brandgans - Branta leucopsis  

2 Bergeend - Tadorna tadorna  

3 Krakeend - Anas strepera  

4 Smient - Anas penelope  

5 Wilde Eend - Anas platyrhynchos  

6 Slobeend - Anas clypeata  

7 Pijlstaart - Anas acuta  

8 Wintertaling - Anas crecca  

9 Tafeleend - Aythya ferina  

10 Witoogeend - Aythya nyroca  

11 Kuifeend - Aythya fuligula  

12 Topper - Aythya marila  

13 Brilduiker - Bucephala clangula  

14 Grote Zaagbek - Mergus merganser  

15 Dodaars - Tachybaptus ruficollis  

16 Fuut - Podiceps cristatus  

17 Geoorde Fuut - Podiceps nigricollis  

18 Blauwe Reiger - Ardea cinerea  

19 Grote Zilverreiger - Ardea alba  

20 Aalscholver - Phalacrocorax carbo  

21 Wespendief - Pernis apivorus  

22 Sperwer - Accipiter nisus  

23 Buizerd - Buteo buteo  

24 Torenvalk - Falco tinnunculus  

25 Boomvalk - Falco subbuteo  

26 Waterral - Rallus aquaticus  

27 Waterhoen - Gallinula chloropus  

28 Meerkoet - Fulica atra  

29 Scholekster - Haematopus ostralegus  

30 Steppekievit - Vanellus gregarius  

31 Groenpootruiter - Tringa nebularia  

32 Witgat - Tringa ochropus  

33 Oeverloper - Actitis hypoleucos  

34 Kokmeeuw - Chroicocephalus ridibundus  

35 Stormmeeuw - Larus canus  

36 Grote Mantelmeeuw - Larus marinus  

37 Zilvermeeuw - Larus argentatus  

38 Pontische Meeuw - Larus cachinnans  

39 Geelpootmeeuw - Larus michahellis  

40 Kleine Mantelmeeuw - Larus fuscus  

41 Visdief - Sterna hirundo  

42 Zwarte Stern - Chlidonias niger  

43 Holenduif - Columba oenas  

44 Houtduif - Columba palumbus  

45 Gierzwaluw - Apus apus  

46 IJsvogel - Alcedo atthis  

47 Groene Specht - Picus viridis  

48 Gaai - Garrulus glandarius  

49 Ekster - Pica pica  

50 Pestvogel - Bombycilla garrulus  

51 Koolmees - Parus major  

52 Boomleeuwerik - Lullula arborea  

53 Oeverzwaluw - Riparia riparia  

54 Boerenzwaluw - Hirundo rustica  

55 Huiszwaluw - Delichon urbicum  

56 Staartmees - Aegithalos caudatus  

57 Tjiftjaf - Phylloscopus collybita  

58 Fitis - Phylloscopus trochilus  

59 Rietzanger - Acrocephalus schoenobaenus  

60 Kleine Karekiet - Acrocephalus scirpaceus  

61 Zwartkop - Sylvia atricapilla  

62 Tuinfluiter - Sylvia borin  

63 Goudhaan - Regulus regulus  

64 Winterkoning - Troglodytes troglodytes  

65 Merel - Turdus merula  

66 Kramsvogel - Turdus pilaris  

67 Koperwiek - Turdus iliacus  

68 Zanglijster - Turdus philomelos  

69 Roodborst - Erithacus rubecula  

70 Huismus - Passer domesticus  

71 Ringmus - Passer montanus  

72 Heggenmus - Prunella modularis  

73 Grote Gele Kwikstaart - Motacilla cinerea  

74 Waterpieper - Anthus spinoletta  

75 Vink - Fringilla coelebs  

76 Groenling - Carduelis chloris  

77 Rietgors - Emberiza schoeniclus  

Even kennismaken met …. oeverzwaluw,ijsvogel en kleine karekiet.

De oeverzwaluw was vele jaren een trouwe gast in de zandige oevers. In de beste jaren was er zelfs een kolonie met 80 koppels. De zelf gegraven holen liggen dan de een naast de andere. Boven het water jaagt hij op insecten. De oeverzwaluw is gemakkelijk te herkennen; hij vliegt trager, is kleiner en heeft een kortere staart dan de andere zwaluwen De laatste jaren blijft dit vogeltje echter achter. De omvorming tot bos heeft het biotoop blijkbaar minder aantrekkelijk gemaakt. Er broeden nu wel nog enkele koppels oeverzwaluw in de Leieoevers tussen Wevelgem en Menen.De ijsvogel, is dan wel elk jaar present. Meestal hoor je “tietuu” en zie je een blauwe flits passeren. Met wat meer geluk kan je hem verrassen als hij op een tak zit om te vissen. De ijsvogel graaft eveneens een nestholte uit.

Kleine karekiet in het riet.

De kleine karekiet houdt van nat en riet. Zijn krassende zang met een “karre-karre-kiet-kiet-kiet” achtige strofe verraadt zijn aanwezigheid. Het nest hangt aan rietstengel's en daartussen zoekt de karekiet allerhande insecten.

Hij lijkt als twee druppels water op de bos rietzanger; enkel hun lied is verschillend. De bos rietzanger is minder kieskeurig. Verruigde terreinen vormen zijn geliefd biotoop.